TERUG NAAR LIJST
.

Andere achtergronden

Röntgenapparaat

Achtergronden

xrayAls het röntgenapparaat aanstaat en geactiveerd wordt, gaat er door de gloeidraad van de röntgenbuis een elektrische stroom lopen. De gloeidraad wordt hierdoor heet en gaat deeltjes uitzenden (zogenaamde elektronen). Deze deeltjes worden in de richting van de plaat uitgezonden (zogenaamde anode), waaruit de röntgenstraling opgewekt wordt. Tussen de gloeidraad en de anode ontstaat een elektrische spanning (de buisspanning). Door deze spanning worden de elektronen met een grote snelheid naar de anode toe 
getrokken. Daar botsen ze tegen het metaal van de anode waardoor de anode röntgenstraling gaat uitzenden. Deze röntgenstraling kan alleen door een venster buiten het apparaat komen. Dit venster wordt dan ook gericht op het te fotograferen lichaamsdeel.

Als de elektrische stroom door de gloeidraad groter wordt, gaat deze meer elektronen uitzenden. Er botsen dan meer elektronen tegen de anode en wordt er meer röntgenstraling uitgezonden: de intensiteit van de straling wordt dus groter. Men kan bij een röntgenbuis ook de buisspanning aanpassen.

Als de buisspanning groter wordt, worden de elektronen die van de gloeidraad afkomen, met een grotere snelheid richting de anode versneld. Deze elektronen botsen hierdoor harder tegen het metaal van de anode waardoor de straling die daar vanaf komt een grotere energie heeft. Op deze manier kan men de energie (hardheid) van de straling bepalen. Hoe harder de röntgenstraling, hoe groter het doordringvermogen van de straling is. Men kan dus afhankelijk van het soort onderzoek en het te 
fotograferen lichaamsdeel bepalen welke stralingsenergie en welke stralingsintensiteit er gebruikt moet worden.