TERUG NAAR LIJST
.

Andere achtergronden

MRI-scan

Achtergronden

MRI staat voor Magnetic Resonance Imaging. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een sterke magneet (Magnetic), en het resonantie principe (Resonance).

mriOm het principe te begrijpen moeten we ingaan op de bouwstenen van ons lichaam. Als we op microniveau naar ons lichaam kijken bestaan we allemaal uit elementaire bouwstoffen zoals waterstof, koolstof en zuurstof. Zoals u waarschijnlijk wel eens heeft gehoord, bestaan wij voor het grootste deel uit water. De meeste atomen in ons lichaam (zoals waterstof) gedragen zich als een piepklein magneetje. Deze kunnen dus onder invloed van een andere magneet gericht worden. Van dit principe maakt men dankbaar gebruik bij de MRI. In de MRI bevindt zich een enorm sterke magneet. Ter vergelijking: de magneet in een MRI is ongeveer 20.000 maal zo sterk als het magnetisch veld van de aarde. De MRI is gemaakt in de vorm van een tunnel. Het magnetische veld is in het midden van deze tunnel het sterkst. Bijvoorbeeld de zuidpool van de magneet aan het voeteneinde en de noordpool aan het hoofdeinde. Als u in de tunnel ligt, richten de kleine magnetische veldjes van de atomen in uw lichaam zich naar het sterke magnetisch veld dat in de tunnel heerst. Alle 'kompasjes' van de atomen staan dan in de richting van dit veld, en dit noemen we hun 
'rusttoestand'.        
        
Door een radiopuls door de MRI te sturen, kan men die 'kompasjes' heel even uit hun rusttoestand brengen. Deze radiopulsen zijn te vergelijken met het signaal dat bijvoorbeeld Radio1 naar de antenne van uw stereotoren stuurt. Na de korte verstoring vallen de 'kompasjes' weer langzaam terug naar de rusttoestand en dus de richting van het magnetische veld van de MRI.

mri_hersenen_400Elk orgaan of weefsel in uw lichaam is anders van samenstelling. Het ene weefsel bevat bijvoorbeeld heel veel waterstofatomen, en het andere weefsel juist veel minder. De tijd die nodig is om terug te vallen in 
rustpositie is afhankelijk van de hoeveelheid waterstofatomen. Simpel gezegd kan men de tijd die de atomen in een bepaald weefsel nodig hebben om terug te vallen in de rustpositie opmeten. Zo kan men de verschillende weefsels van elkaar onderscheiden en kan de computer daar een plaatje van maken.

De radiopuls draagt een klein beetje energie over aan de atomen, die zij op hun beurt weer uitzenden bij het terugvallen in rustpositie. Deze energie wordt gemeten door antennes in de MRI en de antennes (zie foto) op het te onderzoeken lichaamsdeel. Omdat de antenne zo dicht mogelijk bij het te onderzoeken lichaamsdeel geplaatst moet worden, zijn er speciale antennes ontworpen die bijvoorbeeld om de knie gebonden of over het hoofd gezet kunnen worden.  In het kort komt het hier op neer:

Atomen in het lichaam worden door een grote magneet in een rustpositie gebracht, deze positie wordt verstoord door een radiopuls. Bij het terugvallen in rustpositie wordt energie door de atomen uitgezonden die door middel van een antenne in de MRI naar de computer gestuurd wordt. Doordat weefsels verschillen van samenstelling kan de computer ze van elkaar onderscheiden en er vervolgens een plaatje van maken.

De grote magneet moet constant op een bepaald temperatuur gehouden worden om zo'n sterk magnetisch veld te produceren. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een koelingmechanisme. Het geluid hiervan is goed te horen als u in de ruimte loopt waar de MRI staat. Om storingen in het magnetische veld te voorkomen is de MRI geplaatst in een grote koperen kooi. Deze koperlaag bevindt zich in alle muren en de deur. Omdat men te maken heeft met een extreem grote aantrekkingskracht van de magneet, mag er geen ijzer af andere metalen meegenomen worden in de onderzoeksruimte.